Ik heb een haat-liefde verhouding met nakijken. Een leerkracht ontkomt er niet aan en het is ook belangrijk, maar het kost zoveel tijd. Collega’s die in lunchpauzes stapels schriften naast hun boterham hebben liggen. Na school wordt menig uurtje hierdoor in beslag genomen. Doen we de goede dingen?

 Nakijken en 6WH.

6WH (wie, wat, waar, waarom, wanneer, welke, hoe) is mijn ‘truc’ voor kinderen: Stel vragen die beginnen met 6WH en de vragen en antwoorden zullen je helpen verdiepen. Ze helpen je nader onderzoeken en te ontdekken. Om welk onderwerp het ook gaat. Nu dus: nakijken. Ik heb niet de antwoorden, maar ik stel wel vragen. Dat is het doel van dit stuk. Vragen stellen om je uit te dagen om even stil te staan en na te denken. Ik hoor graag jouw antwoorden.

Wie moet nakijken?

Moet de leerkracht nakijken, de klasse-assistent of kunnen de kinderen dit zelf? Mag je maatje jouw werk nakijken? Verdeel je het werk met je parallel collega; jij doet taal en ik doe rekenen? Of moet de methode (het boekje) zo aangeboden worden dat het werk zichzelf nakijkt? Het doel van de opdracht speelt hierbij een rol. Als kinderen moeten inoefenen, kunnen ze best met elkaar nakijken. Dit kan bijvoorbeeld met een coöperatieve werkvorm Tweetal Coach. Het voordeel van samen nakijken is dat het meteen feedback oplevert en daarmee meteen leerresultaat. Het kind ziet direct wat er anders moet en praat over de stof. Moment coaching eigenlijk; het kind krijgt meteen tips om verder te groeien. Een toets kan m.i. ook door kinderen zelf nagekeken worden. Kijk maar met elkaar wat je goed hebt en wat er anders moet. Dan herhaal je actief nog een keer de stof en vertel je elkaar meteen wat anders en beter kan. Dit vraagt vertrouwen en ook een veilige leeromgeving. Maar dat is te doen. Toch?

Wat moet er nagekeken worden?

De nadruk op het woord ‘moet’ in deze zin vind ik mooi. Wie bepaalt wat nagekeken moet worden. Doe je dat schoolbreed; in een doorgaande lijn? Of bepaal je dat met je parallel collega, of geeft men ‘van bovenaf’ aan wat er nagekeken moet worden. Moet alles wat een kind ‘produceert’ op een dag nagekeken worden? Of zijn het de ouders die verlangen wat er nagekeken wordt? Gaat het om Cito resultaten of tussenmomenten?

Waar let je op bij nakijken?

Gaat het om fouten tellen of gaat het om goede antwoorden tellen? Wordt inzet van het kind ook omgezet in resultaat? Antwoordt een kind in de geest van de opdracht? Mag een kind een eigen interpretatie geven van een vraag of antwoord? Is een vraag eigenlijk op meerdere manieren te beantwoorden? Wie kent niet de plaatjes op Facebook van die schattige antwoorden; wat mis je hier…mama, zet in alfabetische volgorde: aelpp. Let je erop dat het kind die net vertelde dat papa en mama gaan scheiden de vragen goed heeft begrepen?

Waarom moet je nakijken?

Kijk je na om te zien of het kind het werkje heeft gemaakt, om te kijken of het kind het werkje snapt, of om te kijken of het kind de stof kan toepassen in verschillende situaties? Check je of jouw uitleg voldoende is geweest? Kijk je of jouw aangepaste uitleg effect heeft gehad bij dat kind? Zie je wat het kind nog meer uitgelegd moet krijgen om een stapje verder te kunnen komen? Kijk je na om te bemoedigen of om te corrigeren?

Wanneer moet je nakijken?

Wat is daar wetenschappelijk over bekend? Moet dat op het moment zelf; of kan het best een uur of dag of zelf een week later? Maakt het uit wanneer een kind het werk terugkrijgt? En wordt het dan nog besproken, of telt dan alleen het cijfer? Weet het kind later nog wat het doel van de les was? Of kijkt het alleen naar het cijfer dat bovenaan de bladzijde staat?

Welke dingen reken je?

Tel je schrijffouten als het een geschiedenis toets is? Reken je hoofdletters fout als het een biologie toets is? Tel je meerdere schrijffouten in 1 zin als 1 fout of als meerdere fouten? Is het antwoord backpack fout als het boek rucksack aanbiedt? Reken jij dezelfde dingen fout of goed als je collega? Met mijn tweeling in paralelklassen heb ik door de jaren heen best verschillende interpretaties gezien van het beoordelen van toetsen en antwoorden.

Hoe geef je feedback?

Kijk je met een rode pen na, of met een groene? Tel je de fouten of tel je de goede antwoorden? Beoordeel je progressie of achteruitgang? Geef je een tip of geef je een top? Bespreek je met de kinderen wat het doel was en wat de leermoeilijkheid was? Hoe heb je het als individu en als groep gemaakt? Wie is een kennisexpert en kan anderen helpen? Wie kan hulp gebruiken? Hoe mooi als kinderen dat van en met elkaar zouden kunnen doen.

Ik hou van nakijken met de groene pen. En dan staat die groene pen symbool voor heel veel. Wat ik al zei; ik heb niet de antwoorden: ik heb de vragen. Ik hoor graag wat jouw antwoorden en tips zijn; als ouder of als leerkracht. Daar kan ik weer van leren.

x RJ

Heb je mijn boek met 200 nadenk vragen Schrijf je blij al ontdekt? Neem eens een kijkje op de Facebook pagina van Schrijf je blij  of kijk op mijn website voor meer informatie.

 

Ik wil niets missen
Wil je mij toevoegen aan je e-mail lijst?
Nakijken: met rode of groene pen?
Getagd op:        

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Inspiratie en onderwijs: graag!

Hoe leuk als je af en toe een interessant bericht van mij ontvangt!
Ik laat je weten wanneer mijn nieuwe blog te lezen is en hou je op de hoogte van belangrijke ontwikkelingen op mijn website.

Voornaam
Email adres
Ik ben heel zuinig op jouw gegevens, daar kun je op rekenen